Toelichting op de Roos van Leary

Leary heeft in 1957 een model gepubliceerd waarmee relaties tussen mensen in kaart gebracht kunnen worden: de zogenaamde Roos van Leary. Dit model kan behulpzaam zijn voor het verkrijgen van meer zicht op het betrekkingsniveau.

Dit model is echter niet de verdienste van Leary alleen, maar van vijf psychologen die samenwerkten in de Kaiser Foundation onderzoeksgroep die in 1947 opgericht was aan de universiteit van Berkeley (Californië). Tot zijn collega's behoorden onder andere LaForge en Suczek. Voor onderzoeksdoeleinden hebben ze The Interpersonal Checklist ontwikkeld (LaForge en Suczek, 1955). Dit is een vragenlijst die aansluit op de Roos van Leary. Het cirkelvormige interactiemodel dat als Roos van Leary bekend is geworden is het resultaat van bijna 10 jaar gezamenlijk onderzoek.

Uit veel onderzoeken in de sociale wetenschappen naar menselijke relaties komen telkens twee hoofddimensies naar voren: 1. een dimensie rond macht en invloed 2. een dimensie rond intimiteit en affectie.

Dat wil zeggen, wanneer mensen met elkaar omgaan, speelt er enerzijds steeds iets van controle of dominantie of het ontbreken daarvan en anderzijds iets van persoonlijke afstand of nabijheid.

De eerste dimensie betreft de mate waarin mensen invloed op elkaar uitoefenen. Aan het ene uiterste van deze dimensie vinden we "veel invloed" (macht, overheersing, dominantie), aan het andere uiterste "weinig invloed" (volgzaamheid, onderwerping). De ene kant van deze dimensie wordt vaak Boven-gedrag genoemd, de andere kant Onder-gedrag.

De tweede dimensie betreft de vraag naar hoe persoonlijk of afstandelijk de betrokkenen met elkaar omgaan. Op deze dimensie gaat het meer om vragen van samenwerking of tegenwerking, sympathie of antipathie, affectie of afwijzing, liefde of haat, harmonie of conflict en alle varianten hiertussen. Aan het ene uiterste van de samenwerkingskant plaatsen we coöperatieve gedragingen als ondersteunen, helpen en assisteren; aan het andere uiterste allerlei gedragingen waarmee men zich afgrenst in een relatie. De ene kant van deze dimensie wordt vaak Samen-gedrag genoemd, de andere Tegen-gedrag.

Leary heeft zijn model gebaseerd op deze twee dimensies: de "Boven-Onder" dimensie tekent hij verticaal, de "Tegenover-Naast" dimensie horizontaal. Door er een cirkel om heen te tekenen ontstaat een verdeling in vier sectoren. Elke sector is weer in twee helften te verdelen. Zo ontstaan de acht sectoren van de Roos. In het oorspronkelijke model was elk van deze acht sectoren weer in twee helften onderverdeeld, zodat het volledige model een cirkel met zestien sectoren kent.

Figuur: Roos van Leary


Kwaliteiten en valkuilen in de Roos van Leary
Een bijzonder aspect van het model is dat het gedrag in elke sector kan variëren in sterkte. In de binnenring van de cirkel staat het gedrag in milde vorm, in de buitenring wordt het gedrag van die sector in extreme vorm beschreven. Voor elke sector wordt in de theorie het gedrag in vier sterktes beschreven.

De binnenringen vallen ook te benoemen als de kwaliteiten van die sector, terwijl de buitenste ringen de valkuilen daarvan vormt. Kwaliteiten kunnen als ze overdreven sterk ingezet worden, dus als ze "te veel van het goede" worden, vervormd raken. Zo kan de kwaliteit zorg vervormd raken tot bemoeizucht, moed tot roekeloosheid, kracht tot doordrammen, flexibiliteit tot met alle winden meewaaien, idealisme tot fanatisme, respect voor gezag tot kritiekloos jaknikken, empathie tot softe sentimentaliteit, zich profileren tot arrogantie, enzovoort.

Disclaimer Deze website is een initiatief van en